Opzoek naar echtheid

Hoe vaak zien we dingen zoals ze écht zijn? Ik denk, misschien wel nooit.

In mijn werk als coach met paard ben ik regelmatig ‘observator’ tijdens interacties tussen paard en kind. Bij kinderen die paarden niet kennen, zie ik de nieuwsgierigheid, verwarring en het ongemak van een nieuwe ontmoeting. Ze hebben nog nooit een paard van dichtbij gezien, dus moeten ze wijs worden uit alle dingen die zo’n paard wel en niet doet. Ik zie het ontdekkingsproces van heel dichtbij. Sommige kijken heel nauwkeurig, alsof ze de betekenis van een beweging van de oren kunnen ontdekken door goed te kijken. Anderen zien vooral heel veel en hebben geen idee meer waar ze op moeten letten. Die zetten vaak een stapje achteruit. Wellicht om een beter beeld te krijgen van het grotere geheel. Sommigen proberen, voorzichtig en met hun hoofd schuin alsof ze een wild dier benaderen, in te schatten wat ze wel en niet kunnen doen. Die doen gewoon en kijken wat de reactie van het paard zal zijn. Allemaal zijn ze heel hard aan het werk zich een beeld te vormen van het wonder dat voor hun staat, want ik kan me voorstellen dat een paard dat is, als je nog nooit zo dichtbij bent geweest.

Wat zie jij, als je naar deze foto kijkt?

17661966_421983281501751_2231717139314638848_n

Als dat moment voorbij is, het moment van die eerste verwondering, dan komen de vragen. ‘Hij is wel lief, toch?’, ‘Waarom doet hij dat…?’ en ‘Gaat hij zo niet rennen?’. Razendsnel vormen er zich allerlei overtuigingen in hun koppies. Ze zijn niet langer onbevangen, maar hebben een mening. Ze beginnen zich een beeld te vormen over paarden in het algemeen en over dit paard in het bijzonder. ‘Ik vind paarden mooi’, ‘Paarden schrikken wel heel snel’ of ‘Paarden zijn heel groot en zwaar, ze zijn gevaarlijk’. Mijn rol is niet langer slechts observeren, want ook mijn reactie (of het uitblijven daarvan) draagt bij aan de overtuigingen die zij vormen.

de overtuiging zelfst.naamw. (v.) Uitspraak: [ovərˈtœyxɪŋ]

  • een sterke mening of geloof
  • iets wat je zeker weet
  • zienswijze

Bron

Dat onze hersenen zo snel overtuigingen vormen, is zowel een vloek als een zegen. Ze maken dat we de wereld om ons heen kunnen snappen. Dat we begrijpen dat als we onze vingers in de mond van een paard stoppen, dat hij kan bijten en dat dat flink pijn doet. Het is prettig dat je daar niet steeds opnieuw achter hoeft te komen. Anderzijds maken overtuigingen ons rigide, zorgen voor tunnelvisie en zwart-wit denken. ‘Hoe hard ik ook mijn best doe, het lukt toch nooit’. Deze door onszelf bedachte ‘regels’ kunnen ons enorm beperken. We doen dingen niet, omdat we overtuigd zijn dat ze niet goed voor ons zijn, we ze niet kunnen of niet durven. Hoe vaak hebben we dan echt gelijk? Hoe vaak zijn we moedig genoeg om onze eigen overtuigingen te onderzoeken?

Ik denk dat we soms de wereld, en onszelf, even moeten benaderen als die kinderen die voor het eerst oog in oog staan met een paard. Kijken, zonder te interpreteren. Proberen zonder te weten. Durven zonder de angst te mislukken. Dan zou het zomaar kunnen dat je iets ontdekt. Dat je verwondert bent over wat je ziet, voelt, denkt of doet. Dat je misschien, heel misschien, merkt dat je toch niet helemaal gelijkt hebt. En dat je dan, als is het maar heel even, de wereld ziet zoals ze écht is.

Reizen is durven

Verre landen ontdekken, bijzondere plekken met je eigen ogen zien en onbekende mensen ontmoeten, dé redenen om te reizen. Ik word nu ontzettend enthousiast wanneer ik een reisje in het vooruitzicht heb, maar dat is niet altijd zo geweest. Zelfs mijn huidige vrienden verbazen zich erover, maar vroeger (en wellicht nog steeds een beetje) was ik bang voor reizen.

Als ik terugdenk zijn het flarden van herinneringen, die misschien niet eens meer kloppen met de werkelijkheid, maar mijn angst kan ik zonder moeite oproepen. Ik weet nog dat we met onze oude auto, een zilverkleurige ford, vaak pech hadden. Dan was de koelvloeistof weer op, werd de motor veel te warm en was ik bang dat die in de brand zou vliegen. Hoe vriendelijk we ook tegen de auto praatte, sommige bergen waren gewoon te hoog gegrepen. Wanneer we dan naar boven reden herinner ik mezelf nog angstvallig over mijn moeders schouder te gluren naar de temperatuurmeter. Zouden we het halen of niet?
Ik kan me nog herinneren dat we na een hele lange reis in een warme auto, airco was toen arko (je weet wel, alle ramen konden open), aankwamen op een camping in het zuiden van Frankrijk. Ik weet niet meer of het wagenziekte was, of stress, maar ik weet nog dat ik de eerste paar dagen op die camping zo ziek geweest ben dat ik er bijna niets meer van kan herinneren.
IIMG_0194_ae8k weet nog dat ik bang was in onbekende zwembaden, omdat er altijd iemand was die zich openhaalde of bezeerde. Ik weet nog dat ik bang was dat we de weg zouden kwijtraken, dat we een ongeluk zouden krijgen of dat ik gestoken zou worden door een wesp of steekvlieg. Ik weet nog dat ik me zorgen maakte of de regen onze vouwwagen niet zou inkomen, of dat ik wel vriendjes kon vinden en of het wel mooi weer zou zijn.

Nu ik dit schrijf is de angst echt. Ik voel het en krijg alweer tranen in mijn ogen. Hoewel ik nu, als volwassene, dit volledig kan relativeren moet dat vroeger een grote impact op me gemaakt hebben. Gelukkig heb ik ook een hele hoop fijne herinneringen aan alle vakantie’s die ik met mijn familie heb gemaakt, die ik met gemak kan oproepen. Misschien dat die angst niet altijd de boventoon voerde, maar hij was denk ik ook nooit helemaal weg. Tijdens de vakanties in mijn tienerjaren was ik misschien ook wel bang om dingen, maar veel minder dan daarvoor. We gingen toen vaak naar kleine campings in Nederland waar ze paarden hadden en we altijd een hoop vrienden maakten. Ik vond het daar heerlijk.

Het moment waarop ik me die omslag besefte, kan ik me nog heel goed herinneren. Ik was met een (inmiddels ex-)vriendje en zijn familie naar Italië. We waren met de eigen auto. Op een namiddag reden we waarschijnlijk vanuit een plaatsje dat we bezocht hadden terug naar ons huisje in de heuvels. Ineens hield de auto ermee op langs een vrij drukke weg. Zijn ouders zette de auto stil langs de kant en besloten vast te wachten op hulp. Ik heb geen idee meer wat de auto mankeerde, maar ik kan me nog herinneren als de dag van gisteren hoe in paniek mijn toenmalige vriendje was. Echt in paniek. Ik was verbaasd, maar al helemaal om mijn eigen reactie. Ik voelde geen greintje paniek. Niets. Geen angst. Ik moet vast tegen hem gezegd hebben dat wij allemaal oké waren en dat er echt wel iemand naar die auto zou komen kijken, dat we desnoods in de auto konden slapen als het echt nodig zou zijn. Ik weet niet zo goed waarom ik toen zo rustig was. Misschien omdat het ‘mijn’ auto niet was, of omdat een ander zo in paniek was en mijn automatische reactie was om rustig te blijven, misschien omdat ik dacht ‘been there, done that‘. Het deed me gewoon niet zoveel. Hoe heerlijk was dat. Later ben ik met hem en zijn familie nog eens naar Amerika gevlogen. Ik vond het er heerlijk. Ik besefte toen dat als je hulp nodig hebt, ook al ben je ergens waar je niemand kent, je altijd om hulp kunt vragen. Al er iets mis gaat, zijn er oplossingen voor.

IMG_0879

Nu zou ik het liefst elke paar maanden op vakantie gaan. Toch, ook nu, moet ik eerlijk zijn en zeggen dat er nog steeds dingen zijn die ik spannend vindt. Ik vind het eng om op het knopje ‘maak uw reservering definitief’ te klikken, omdat ik me dan afvraag waar we terecht komen. Of het er wel zo uitziet als op de foto’s. Ik vind het stijgen en landen met het vliegtuig best een beetje spannend en knijp dan altijd even in Kevins hand. Ik hoop altijd maar dat ik niets belangrijkst vergeet thuis. Ik vind het off-road rijden in the middle of nowhere eng, omdat ik me voor kan stellen dat we heel lang op hulp zouden moeten wachten wanneer we geen bereik hebben met onze telefoons. Ik vind grote hoogten spannend, bijvoorbeeld wanneer we met de auto langs diepe afgronden rijden of als we wandelen langs kliffen. Ook vind ik het eng om onze katten achter te laten, omdat ik bang ben dat er iets mis gaat en wij er dan niet voor ze zijn. Toch voelen deze angsten anders. Ze geven ook een soort kick, ze maken met enthousiast. Ze geven me het gevoel dat ik leef. Alsof ik die sprong in het diepe maak.

Voor veel dingen waar ik vroeger bang voor was, biedt de huidige technologie goede oplossingen. Met mijn telefoon zoek ik gemakkelijk de weg, bel ik om hulp of ontvang ik een fotootje van thuis van de katten. Daardoor kan ik een hoop loslaten. Ook heb ik het geluk dat ik een man naast me heb die nuchter is, zich nergens door af laat schrikken en om me lacht als ik bang ben. Niet omdat hij het niet serieus neemt, maar omdat hij weet dat ik me er niet door tegen wil laten houden. Weglachen helpt het best. Hij pakt mijn hand en neemt me mee, zodat hij kan laten zien hoe mooi de wereld is als je niet bang bent.

Ik ben vrij

Ik realiseer me zomaar ineens dat ik vrij ben. Helemaal vrij. Dat ik een keuze heb. Ik heb de keuze om naar Nieuw-Zeeland op vakantie te gaan, of om een nieuwe jurk te kopen. Om lipstick te dragen of niet. Om mijn mond open te doen of hem dicht te houden. Om hulp te zoeken of het alleen op te lossen. Om iets te zien als springen of als vallen. Ik heb altijd een keuze. Als iemand mij probeert te verdrinken, kan ik kiezen om terug te vechten of te stoppen met ademen. Elke verplichting die ik ooit ben aangegaan, is een keuze geweest, maar is geen restrictie voor de toekomst. Ik kan elke dag weer kiezen. Elke dag, elk moment is een keuze. En in die keuze zit mijn vrijheid. Ik ben vrij. En niemand, helemaal niemand, kan me die vrijheid afnemen.

12716970_1653088564952293_1384587806_n

Als ik droom over jou

Soms droom ik over iemand,
soms droom ik over jou.
Dat wil ik je dan graag zeggen
omdat het nodig is misschien.
Tegelijk vraag ik me af waarom,
want als ik droom zit je in mijn hoofd
en niet in dat van jou.

Soms droom ik over iemand
die ik al jaren niet heb gezien.
Soms droom ik over jou
omdat ik je gisteren nog zag.
Als ik dan droom vraag ik me af
of ik je droom zoals je bent
of jij bent zoals ik droom.

Soms droom ik over iemand,
soms droom ik over jou.
Dan ontdek ik dingen over mij,
over jou, of over ons.
Als ik na zo’n droom weer wakker word
wil ik je graag vertellen
hoe het was en wat ik zag.

Soms droom ik over iemand
die onzeker is of bang.
Soms droom ik over jou
dat je merkt hoe de wereld in elkaar zit.
Aan je ogen zie ik dan,
dat je snapt wat ik bedoel
en de wereld ziet zoals ze is.

Soms droom ik over iemand,
soms droom ik over jou.
En als ik dan droom en merk
dat alles is zoals het moet zijn,
word ik wakker en besef
dat het slechts een droom is
in mijn hoofd en niet in dat van jou.

1038909488f0b829b4b2141321c66750

Bron foto.

I did it! Ik heb mijn motorrijbewijs.

In juli schreef ik over mijn motorrijleshobbels. Inmiddels kan ik vol trots melden dat ik mijn motorrijbewijs gehaald heb.

Ik vond het leerproces erg bijzonder. Mijn vorige artikel schreef ik denk ik vlak na mijn ‘dieptepunt’. We moeten er niet teveel gewicht aan hangen, want het is tenslotte maar een motorrijbewijs. Maar toch. Ik twijfelde op dat moment regelmatig aan mezelf, al wist ik het vaak wel weer te relativeren. Ik stapte gespannen op de motor, omdat ik al aan het incasseren was wat er nu weer mis zou gaan. Zou ik hem laten vallen, zou ik onderuit gaan, een botsing veroorzaken of uit de bocht vliegen? Ik was vooral bang om mezelf teleur te stellen. Dat ik zou moeten besluiten dat ik het niet kan.

Dat soort dingen vroeg ik dan ook aan mijn instructeur: “Heb je wel eens meegemaakt dat iemand er echt niets van kon? En wat deed je toen?” Toen volgde er een mooi verhaal van een man die zijn twintig jaar jongere buitenlandse vrouw aan het motorrijden wilde krijgen. Na de eerste les was het voor hem al overduidelijk dat het niets ging worden. Bij sommige mensen zie je dat ze het inderdaad nooit leren, zei hij, wat hij dus ook maar tegen het stel had gezegd. De man was niet blij. De vrouw daarentegen, leek best opgelucht. Vervolgens vroeg ik of hij dat ook bij mij gedacht had, waarop hij alleen moest lachen. Ik lachte ook maar een beetje, en hoopte dat hij geen ongelijk zou krijgen.

Grappig hoe snel er na dat dieptepunt een stijgende lijn zichtbaar was. In de zomer heb ik een paar weekjes niet gereden. De vraag was toen natuurlijk of ik daar wel goed aan deed. Zou ik dan niet helemaal opnieuw moeten beginnen? Niets was minder waar. Het leek er eerder op alsof alle handelingen die eerst nog heel bewust gingen en moeite kostte, nu een stuk meer vanzelf gingen. Ik was zelf verbaasd over het feit dat ik zo relaxed op de motor zat. Er zat ineens een stuk rust in mijn rijden, wat ik voor die tijd nooit had gehad.

Steeds vaker tijdens mijn lessen voelde ik helemaal op mijn gemak. Ik begon beter te begrijpen wat er zo mooi is aan motorrijden. Mijn allerlaatste les was met gemak mijn hoogtepunt. Meestal heb je les met een andere cursist, maar die les was ik alleen met mijn instructeur. We moesten eerst een motor ophalen in Nieuwegein, die ik daarna weer terug naar ‘huis’ mocht rijden. Op de terugweg stuurde hij me over de rivierdijk bij Vianen, die bijna uitgestorven was. De zon scheen, het was niet te koud en helemaal helder. Voor ons kronkelde de dijk richting de horizon. Het eerste stukje reed hij voorop, misschien om dat hij het leuk vond, misschien om te kijken of ik hem goed kon bijhouden. Met gemak. Toen vroeg hij me hem voorbij te gaan. Het kwam helemaal op mij aan, de snelheid, het bochtenwerk, het anticiperen op het wegdek en de omgeving. Zonder gekheid, ik had bijna het gevoel dat ik vloog. De motor deed zo precies wat ik in mijn hoofd had, alsof mijn lijf er niets meer mee te maken had. Ik voelde me zo verbonden met alles, en tegelijkertijd helemaal mezelf. Eenmaal terug, slaakte ik een diepe zucht terwijl ik mijn helm af zette. Ik weet nog dat mijn instructeur mij aankeek, vragend. “Dit is het dus” zei ik, terwijl ik glimlachte. Hij knikte en ik zag dat hij het helemaal begreep.

22277839_1869292723386922_1018883980549685248_nDe laatste hindernis was het afrijden zelf. Het stormde die dag. De regen kwam met bakken uit de hemel, waardoor je zicht als motorrijder een stuk afneemt en sommige delen van het wegdek verraderlijk glad kunnen worden. Tijdens het gesprekje vooraf aan het afrijden zelf, gaf de examinator aan dat de kans bestond dat we halverwege zouden moeten stoppen, als het weer te slecht zou worden. Hoewel het weer zeker een extra moeilijkheid was, hoopte ik toch echt niet dat ik het nogmaals zou moeten doen. Gelukkig mocht ik mijn hele examen uitrijden. In iets meer dan een half uurtje heb ik laten zien wat ik kon. Er gingen best dingen mis: ik stond stil voor een stoplicht dat op groen stond en reed over een putdeksel, wat met de motor levensgevaarlijk kan zijn. Toen ik van mijn motor afstapte, twijfelde ik zelf best wel. Misschien was het niet goed genoeg geweest. Pas toen de examinator mij de hand schudde, en me feliciteerde, besefte ik dat het erop zat. Ik had mijn motorrijbewijs!

Herfstpareltjes

Mensen die veel foto’s maken, of fotograaf zijn, zullen het vast herkennen: dat je bewust of onbewust om je heen kijkt of wat je ziet foto-waardig is. Ik ben geen fotograaf, maar ik houdt wel erg van het maken van foto’s. Regelmatig heb ik er last van dat ik een foto-moment ‘spot’, maar dat het niet lukt om de foto daadwerkelijk te maken. Wanneer ik bijvoorbeeld in de auto zit en door het raam naar buiten kijk. Dan valt het op hoe perfect die regenboog boven de skyline van een stad staat of deden de veulentjes in de wei net iets heel geks. Vaak lukt het dan niet om de foto daadwerkelijk te maken doordat ik bijvoorbeeld op dat moment niet kan stoppen, omdat ik onmogelijk bij de plek komen die ik eigenlijk op de foto wil hebben, of omdat het moment allang weer voorbij is. Dat is altijd balen.

Het gebeurt helemaal weinig dat ik ga autorijden speciaal om foto’s te maken. Vorige week deed ik dat echter wel. Ik had het geluk dat ik voor een afspraak vroeg op moest, anders was het moment voorbij gegaan terwijl ik me in bed nogmaals omdraaide. Ik zat vroeg in de auto en begaf me in een dichte mist. Wat was dat indrukwekkend. Hoewel het zonnetje na mijn afspraak langzaam door de mist heen probeerde te breken, was er nog voldoende gelegenheid er foto’s van te maken. Ik besloot met de auto over de rivierdijk te rijden en te stoppen wanneer ik een foto-moment zag. Ik had al een paar mooie plaatjes gemaakt, tot ik dit weitje met schapen ontdekte. Als kers op de taart stuitte ik ook nog op een spinnenweb aan de omheining. Als dit geen herfst uitstraalt weet ik het ook niet meer!

Herfst

Heb jij al herfstpareltjes op de foto kunnen zetten?

Het leven is soms net een honkbalwedstrijd

Probeer het je eens voor te stellen…

Je handen klemmen stevig om de honkbalknuppel in je hand. Waarschijnlijk zijn je knokkels wit geworden door de kracht die je zet. Maar je ziet het niet. Je ogen hebben zich vernauwd tot spleetjes waardoor je slechts de rode stiksels op de witte bal kunt waarnemen, die de werper in zijn handen heen en weer beweegt. Als je om je heen zou kijken, zou je zien dat de tribunes vol toeschouwers zitten met hier en daar een spandoek, dat de achtervanger achter je staat met zo’n belachelijk grote handschoen aan en dat enkele teammaten klaar zijn om te vluchten van de honk die ze minuten geleden met moeite hebben bereikt. Misschien ruik je vaag de geur van gras, dat groen ruikt en bruin. De geur die het krijgt als het vertrapt wordt, zoals alle slagmannen voor je al hebben gedaan. Wellicht zou je je beseffen dat het geen toeval kan zijn dat de zon precies nu gaat schijnen, maar in je hoofd is het nog steeds bewolkt.

Je ziet alleen de bal. De bal die jou de overwinning of de ondergang kan bezorgen. Die bal waar alles van af hangt. Je let niet op de werper wanneer hij zijn houding verandert, klaar om te gooien, je volgt alleen de bal. Je weet voor hij loskomt uit de handen die hem zijn kracht geven, al op welke plek jij hem wilt raken. Je weet misschien dat er tumult losbarst in het veld, wanneer je die bal met volle vaart door de lucht laat vliegen, maar je ziet het niet. Iedereen rent, jij ook. De omgeving vliegt aan je voorbij, terwijl je benen en voeten je dragen, naar honk 1, 2 en 3 misschien. Pas wanneer je je honk bereikt hebt, zonder uitgetikt te worden, besef je dat je dit spel niet in je eentje speelt. Pas dan kun je zien of je de juiste keuzes hebt gemaakt en ontdek je waar je punten hebt gemaakt of laten liggen. Pas dan besef je dat de wedstrijd door ging, ook al zag jij alleen de bal.   

~

IMG_4398Dat is dus zo’n beetje, hoe het leven soms voelt voor mij. Dat er zoveel om me heen gebeurt, dat ik slechts kan focussen op de belangrijkste dingen van NU. Om een mooie post te schrijven is het nodig om te kunnen reflecteren, terug te kijken, bewust te worden en de humor ergens van in te zien. Op sommige momenten ben ik te veel bezig met het leven zelf, om er ook nog iets van te vinden. Dat is niet perse verkeerd of vervelend, maar wel hoe het is. Het is niet zo dat ik dan niets heb om over te schrijven, juist te veel misschien. Dus tot nu. Nu sta ik weer even stil op een honk en kan ik zien wat ik allemaal heb meegemaakt in de afgelopen weken. Genoeg stof om wat moois over te schrijven!

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.

Ik kan me nog tijden herinneren dat ik bang was voor nieuwe dingen en ze liever vermeed. Dat is nog niet eens zo heel lang geleden. Als een echte boer at ik niet wat ik niet kende en ik was heel vaak nerveus als ik iets moest doen wat ik nog nooit gedaan had. Het toppunt was altijd de vakantie. Wanneer ik vroeger met mijn ouders op vakantie ging was ik altijd een paar dagen ziek. Misschien gedeeltelijk doordat ik wagenziek was, maar vooral ook door de spanning. Ik maakte me druk of het onderweg wel goed zou gaan, ik maakte me druk of we het wel zouden kunnen vinden en of de eindbestemming wel was zoals ik die in mijn hoofd had. En dat terwijl ik er niet eens verantwoordelijk voor was. Doomscenario’s vochten om een plekje voor mijn netvlies, ik had er genoeg.

16789476_223011004829119_1370956545885470720_nInmiddels denk ik er anders over; nieuwe dingen zijn verschrikkelijk leuk. Ik denk niet dat die omslag plotseling kwam of dat er een moment is aan te wijzen waarop dat veranderde, het is een proces van een aantal jaar geweest. Nu ik terug kijk op de afgelopen anderhalf / twee jaar, heb ik een hoop dingen gedaan die ik nog nooit eerder gedaan heb. Soms waren die nog steeds ontzettend spannend, maar ik deed ze wel.

Over een aantal van deze dingen schreef ik eerder al een post, bijvoorbeeld over de zangles die ik nam, de strandrit te paard, het zwemmen met een schildpad, en het afronden van mijn Post-HBO opleiding coachen met paarden. Ook over mijn eerste NaNoWriMo overwinning, onze verloving en over de eerste keer in mijn leven dat mijn kledingkast er netjes uitziet. Laatst schreef ik nog over mijn motorrijles perikelen en over de eerste keer dat ik het aandurfde in een boek te schrijven.

20582534_868859496610539_3989793935290531840_nDaarnaast ben ik voor het eerst (en hopelijk ook het laatst) getrouwd met de liefde van mijn leven, heb ik een les Burlesque dansen gevolgd met mijn vriendinnen tijdens mijn vrijgezellenfeestje, heb ik mijn eerste paardrijwedstrijd overleefd, heb ik een introductiecursus tot de filosofie gevolgd, ben ik mee gegaan met een vriendin naar een les Aiki Budo, ben ik voor het eerst gaan airsoften, heb ik met een echt vuurwapen mogen schieten op de schietvereniging, heb ik een workshop coaching aan volwassenen gegeven en ik heb een aantal visagie opdrachten gedaan voor fotograven en modellen die ik (nog) niet goed kende. Dat zijn een hele hoop eerste keren.

Ik ben ontzettend trots op mezelf, als ik dit lijstje zo zie. Het is waarschijnlijk nog niet eens alles. Hoewel nieuwe dingen vroeger een bron van stress waren, besef ik nu dat die dingen het leven juist zo leuk maken. Ze zorgen voor herinneringen die ik de rest van mijn leven bij me draag. Voor verhalen die ik kan vertellen op verjaardagen, voor momenten die ik met dierbaren heb gedeeld en ontdekkingen over mezelf die ik nooit meer kwijtraak.

14063596_169520353484990_1249854385_nMeer dan eens heb ik ontdekt dat ik meer kan dan ik vooraf had gedacht. De angst en terughoudendheid maken steeds vaker plaats voor enthousiasme en nieuwsgierigheid, waar ik me veel fijner bij voel. Die nieuwe dingen, die smaken naar meer! Gelukkig is er nog zoveel dat ik nog nooit heb gedaan, voorlopig ben ik nog niet uit ontdekt!

De titel is een quote van Pippi Langkous / Astrid Lindgren.

Foto 1 is genomen door Eline Kentie

Books of June & July 2017

Zowel juni al juli waren drukke maanden voor me, waardoor lezen even op een laag pitje stond (evenals blogposts schrijven). Er zijn een aantal boeken die er voor mij echt uitsprongen, die ik graag nog met jullie wil delen.

Hierbij mijn meest inspirerende boeken van juni en juli.

Koud hart – Tess Gerritsen
Originele titel: The Bone Garden
Goodreads | Foto van Bruna

9789044330878In de tuin van haar prachtige pittoreske huisje dat ze net gekocht heeft, vindt Julia een menselijke schedel. Iets minder pittoresk. Volgens de patholoog-anatoom behoorde de schedel vermoedelijk tot een vrouw die door een misdrijf om het leven is gekomen. Julia wil weten van wie. Een deel van dit boek voert je terug naar 1830, naar de tijd waarin de medische faculteit steeds populairder werd en de specimen waarin gesneden en geoefend moest worden niet waren aan te slepen. Als opgraver had je een smerig baantje, maar verse lijken verdienden goed. En als je geen lijk had, maakte je er gewoon een. Waarom niet? De een zijn dood…

Het historische aspect van deze thriller maakte hem voor mij echt bijzonder. Wat een bizar en luguber onderwerp, maar ook eentje die ik bere interessant vind. Sommige scenes (zoals beschrijving van een amputatie) waren zo afschuwelijk dat ik, net als bij een film, wilde dat ik mijn hand gedeeltelijk voor mijn ogen kon houden. Afschuwelijk fascinerend. Niet voor niets schreef ik in deze blogpost dat ik best voor een dagje patholoog-anatoom zou willen zijn. Toen ik hier met een collega over sprak, gaf ze me als tip dat ze regelmatig practica geven in snijzalen van bijvoorbeeld de Erasmus Universiteit. Ja, die gaat op de bucket list!

Lullabies – Lang Leav
Niet in het Nederlands verschenen.
GoodreadsBol

19931937_1191542857617216_7313960144058974208_nIk kijk regelmatig filmpjes op YouTube waarin mensen vertellen over de boeken die ze gelezen hebben en wat ze daar dan van vonden. Naast fictie en non-fictie komt er ook steeds meer poëzie voorbij. Ik had in geen jaren poëzie gelezen, dus toen ik laats in de Donner in Rotterdam was besloot ik de sectie met Engelstalige poëzie even door te nemen. Dit boekje sprong eruit. Lang Leav heeft meerdere gedichtenbundels op haar naam staan, maar ik koos dit boekje omdat haar voorwoord hieruit me gelijk raakte. Dit boekje was bedoeld voor mij.

Poëzie is zo smaakgevoelig, dat ik het ontzettend lastig vindt er iets algemeens over te zeggen. Je moet het ervaren.

Dit vond ik een van de mooiste gedichten uit het boekje:

Her Words

Love a girl who writes
and live her many lives;
you have yet to find her,
beneath her words of guise.

Kiss her blue-inked fingers,
forgive the pens they marked.
The stain of your lips upon her —
the one she can’t discard.

Forget her tattered memories,
or the pages others took;
you are her ever after —
the hero of her book.

The Nix – Nathan Hill
Nederlandse titel: De Nix
Goodreads | Foto van Bol

20065269_838450166313757_9120104813852360704nIn The Nix volg je Samuel Anderson die jaren geleden een boekencontract heeft binnengesleept, maar nog steeds geen boek heeft weten te produceren. De tijd dringt. Vanuit het niets duikt zijn moeder weer op, die hem in de steek gelaten heeft toen Samuel nog klein was. Ineens kent iedereen haar, omdat ze stenen heeft gegooid naar een controversiële politicus. De media schildert haar af als linkse radicaal en haalt dingen uit haar verleden aan waar Samuel nog nooit van heeft gehoord. Oude woede borrelt weer op, Samuel is vastbesloten het ware verhaal van zijn moeder bovenwater te krijgen om dat tot zijn nieuwe boek te maken.

Dit is weer zo’n boek waarbij het ongelofelijk lastig is er iets over te schrijven. The Nix gaat over politiek, media, games, school, familiebanden, liefde en verlies. Over keuzes die we maken en welk effect die hebben, over hoe we onszelf staande proberen houden in een omgeving die ons als een stroomversnelling meesleurt en op de verkeerde oever weer uitspuugt. Over de eeuwige strijd tussen ons verstand en gevoel, tussen goed en kwaad, en tussen volwassen worden en kind blijven. Op de een of andere manier gaf dit boek me zo’n gevoel van nostalgie, dat ik het liefst in het verhaal wilde blijven. Het is een uitstekend voorbeeld van een boek zoals een boek moet zijn. Wil je meer weten, moet je het zelf lezen. Haha.

On the way home that night, he was surprised that everything looked exactly the same as it did before, with absolutely no signs that the world had fundamentally, radically changed. – Nathan Hill

Motorrijleshobbels

Ik ontdek zoveel over mezelf tijdens mijn motorrijlessen, dat ik soms even zou vergeten dat ik ook nog leer motorrijden. Leersituaties zijn uitstekende zelf-assessment momenten. Dat had ik me eigenlijk niet zo gerealiseerd toen ik eind april mijn eerste proefles afsprak. Vol goede moed en bergen enthousiasme wierp ik me in een leren pak op het 200 kilo wegende monster. Monsters ben ik wel gewend, ik moet minimaal drie keer per week een paard van 500 kilo in bedwang houden. Een van de grote verschillen is echter dat een paard toch redelijkerwijs zijn best doet overeind te blijven, een motor niet. I learned the hard way. Als je niet meer weet hoe vaak je hem hebt laten vallen is het ernstig (je weet wel, wanneer je niet meer weet hoeveel cocktails je op hebt en ‘veel’ je beste schatting is).

Dus ik liet hem vallen. Vaak. Daarnaast heb ik mijn instructeur bijna aangereden (dat hij nog leeft heeft hij volledig aan zijn eigen reactievermogen te danken) en heb ik eigenhandig gezorgd voor het afbreken van een voetpedaal. Ik heb letterlijk een keer gevraagd of ze het zouden zeggen wanneer ze vinden dat ik er gewoon mee moet stoppen omdat ik het niet in me heb. Ha, dieptepunt. En ik maar denken dat ik die onzekerheid de laatste jaren achter me had gelaten. Nope. Naast onzekerheid had ik ook enorm last van frustratie. Oefeningen die keer op keer gewoon niet willen lukken, oefeningen die ik zeker weten de vorige les wél kon maar ik nu met geen mogelijkheid voor elkaar kreeg, momenten waarop ik even de controle kwijt ben over de motor. Frustratie en onzekerheid horen bij het leren, maar ik heb gemerkt dat ik ze niet goed kan verdragen. Ik vond het bloed irritant.

IMG_3090Ze versterken elkaar, die onzekerheid en frustratie. Er waren lessen waar ik naartoe ging en mezelf afvroeg wat er nu weer mis zou gaan. Bij het eerste dingetje dat vervolgens niet lukte dacht ik ‘zie je wel, je kunt het niet’. Instructeurs riepen naar me voor de les ‘niet zo streng zijn voor jezelf’. Ja doei, ik moet het toch goed leren? Ik begon steeds meer tegen de lessen op te zien. Ik probeerde van alles om me beter te voelen, relativeren, letten op mijn ademhaling, doen alsof ik er veel zin in had en zelfverzekerd was. Anderen riepen dat het allemaal wel goed zou komen, het hoorde erbij enzo. Maar helaas hielp het niets. Ik was niet zozeer bang om te falen tegenover anderen, of bang om mijn rijbewijs niet te halen, maar bang dat ik mezelf teleur moest stellen. Dat ik tegen mezelf zou moeten zeggen, ‘sorry, maar geef het maar op’. En toen ik me dat besefte, had ik ineens door wat ik eraan zou kunnen doen. Natuurlijk, dat had me in eerdere situaties ook geholpen. Ik moest de lat gewoon wat lager leggen. In plaats van dat ik naar mijn lessen ging met het idee dat die ene oefening nu echt moest lukken, of dat ik hem vandaag echt niet mocht laten valen, besloot ik tevreden te zijn wanneer ik doorgezet had. Doorzetten, dat kan ik. Alles mag mislukken, als ik maar niet opgeef.

Nog steeds lukt niet alles, maar ik vind dat minder erg. Ik voel me rustiger, positiever en blijer op de motor. Daar deed ik het voor, want motorrijles ís erg leuk. Als ik terugkijk op mijn lessen, kan ik het allemaal wat beter in het perspectief plaatsen. Natuurlijk had ik hem een aantal keer laten vallen, maar er zijn ook dingen waar ik erg trots op ben. Ik heb met de motor over losse bandjes en balkjes gereden als oefening, ik ben de snelweg over geracet met 140, ik heb al rijdend met twee benen aan een kant gehangen zonder om te vallen en de precisiestop beheers ik perfect. Inmiddels heb ik al een hoop geleerd. Ik ben er nog niet, maar dat rijbewijs gaat er komen!