In juli schreef ik over mijn motorrijleshobbels. Inmiddels kan ik vol trots melden dat ik mijn motorrijbewijs gehaald heb.

Ik vond het leerproces erg bijzonder. Mijn vorige artikel schreef ik denk ik vlak na mijn ‘dieptepunt’. We moeten er niet teveel gewicht aan hangen, want het is tenslotte maar een motorrijbewijs. Maar toch. Ik twijfelde op dat moment regelmatig aan mezelf, al wist ik het vaak wel weer te relativeren. Ik stapte gespannen op de motor, omdat ik al aan het incasseren was wat er nu weer mis zou gaan. Zou ik hem laten vallen, zou ik onderuit gaan, een botsing veroorzaken of uit de bocht vliegen? Ik was vooral bang om mezelf teleur te stellen. Dat ik zou moeten besluiten dat ik het niet kan.

Dat soort dingen vroeg ik dan ook aan mijn instructeur: “Heb je wel eens meegemaakt dat iemand er echt niets van kon? En wat deed je toen?” Toen volgde er een mooi verhaal van een man die zijn twintig jaar jongere buitenlandse vrouw aan het motorrijden wilde krijgen. Na de eerste les was het voor hem al overduidelijk dat het niets ging worden. Bij sommige mensen zie je dat ze het inderdaad nooit leren, zei hij, wat hij dus ook maar tegen het stel had gezegd. De man was niet blij. De vrouw daarentegen, leek best opgelucht. Vervolgens vroeg ik of hij dat ook bij mij gedacht had, waarop hij alleen moest lachen. Ik lachte ook maar een beetje, en hoopte dat hij geen ongelijk zou krijgen.

Grappig hoe snel er na dat dieptepunt een stijgende lijn zichtbaar was. In de zomer heb ik een paar weekjes niet gereden. De vraag was toen natuurlijk of ik daar wel goed aan deed. Zou ik dan niet helemaal opnieuw moeten beginnen? Niets was minder waar. Het leek er eerder op alsof alle handelingen die eerst nog heel bewust gingen en moeite kostte, nu een stuk meer vanzelf gingen. Ik was zelf verbaasd over het feit dat ik zo relaxed op de motor zat. Er zat ineens een stuk rust in mijn rijden, wat ik voor die tijd nooit had gehad.

Steeds vaker tijdens mijn lessen voelde ik helemaal op mijn gemak. Ik begon beter te begrijpen wat er zo mooi is aan motorrijden. Mijn allerlaatste les was met gemak mijn hoogtepunt. Meestal heb je les met een andere cursist, maar die les was ik alleen met mijn instructeur. We moesten eerst een motor ophalen in Nieuwegein, die ik daarna weer terug naar ‘huis’ mocht rijden. Op de terugweg stuurde hij me over de rivierdijk bij Vianen, die bijna uitgestorven was. De zon scheen, het was niet te koud en helemaal helder. Voor ons kronkelde de dijk richting de horizon. Het eerste stukje reed hij voorop, misschien om dat hij het leuk vond, misschien om te kijken of ik hem goed kon bijhouden. Met gemak. Toen vroeg hij me hem voorbij te gaan. Het kwam helemaal op mij aan, de snelheid, het bochtenwerk, het anticiperen op het wegdek en de omgeving. Zonder gekheid, ik had bijna het gevoel dat ik vloog. De motor deed zo precies wat ik in mijn hoofd had, alsof mijn lijf er niets meer mee te maken had. Ik voelde me zo verbonden met alles, en tegelijkertijd helemaal mezelf. Eenmaal terug, slaakte ik een diepe zucht terwijl ik mijn helm af zette. Ik weet nog dat mijn instructeur mij aankeek, vragend. “Dit is het dus” zei ik, terwijl ik glimlachte. Hij knikte en ik zag dat hij het helemaal begreep.

22277839_1869292723386922_1018883980549685248_nDe laatste hindernis was het afrijden zelf. Het stormde die dag. De regen kwam met bakken uit de hemel, waardoor je zicht als motorrijder een stuk afneemt en sommige delen van het wegdek verraderlijk glad kunnen worden. Tijdens het gesprekje vooraf aan het afrijden zelf, gaf de examinator aan dat de kans bestond dat we halverwege zouden moeten stoppen, als het weer te slecht zou worden. Hoewel het weer zeker een extra moeilijkheid was, hoopte ik toch echt niet dat ik het nogmaals zou moeten doen. Gelukkig mocht ik mijn hele examen uitrijden. In iets meer dan een half uurtje heb ik laten zien wat ik kon. Er gingen best dingen mis: ik stond stil voor een stoplicht dat op groen stond en reed over een putdeksel, wat met de motor levensgevaarlijk kan zijn. Toen ik van mijn motor afstapte, twijfelde ik zelf best wel. Misschien was het niet goed genoeg geweest. Pas toen de examinator mij de hand schudde, en me feliciteerde, besefte ik dat het erop zat. Ik had mijn motorrijbewijs!