Category: Personal thoughts

Onze job als ceremoniemeester

Een van de mooie dingen van het leven vind ik wel, om die momenten te ontdekken waarop ik in mijn kracht sta. Soms voel ik me onzeker, waardeloos en tot niets in staat. Die momenten zijn er. Iedereen zal ze hebben. Maar op die momenten van kracht, dan heb ik het gevoel dat ik alles kan, dat het me lukt, dat ik kan bereiken wat ik wil bereiken. Afgelopen weekend had ik zo’n dag dat ik heel erg in mijn kracht stond. Nu ik zo terugkijk ging dat echter vooraf aan voldoende momenten van onzekerheid, twijfel en stress. Tijd voor een reflectiemomentje.

Zaterdag was het 18 augustus 2018, misschien wel de meest gewilde trouwdatum van dit jaar. Zo ook voor vrienden van ons. Al twee jaar geleden, na onze bruiloft, vroegen ze ons, Kevin en ik, om ceremoniemeesters te zijn op hun grote dag. We namen deze eervolle taak graag aan, met het besef dat dat niet alleen maar leuk is, maar ook hard werken. Inmiddels zit die dag erop en moet ik zeggen dat het hectisch, vermoeiend en fantastisch was!

Al die verrassingen

In de afgelopen twee jaar zijn we regelmatig betrokken geweest bij de voorbereidingen van de bruiloft. Het kwam steeds vaker voor dat we even aan onze elleboog terug de keuken in werden getrokken, waarna er in ons oor werd gefluisterd welke verrassing er voor het bruidspaar werd gepland. Ook zelf hadden ze het een en ander voor elkaar bedacht. Daarnaast droegen wij als ceremoniemeesters natuurlijk ook ons steentje bij, door als verrassing een boek met persoonlijke boodschappen van de gasten te maken. Super leuk, maar ik had minstens vier schaduw draaiboeken nodig om bij te houden wie waar verantwoordelijk voor was, waar en wat er moest gebeuren, en om te zorgen dat de juiste mensen ervan op de hoogte zijn en bovenal de juiste mensen niet. Als we een persoon vergaten, als de timing niet perfect was, als iemand zich zou verspreken, was het geen verrassing meer geweest. No pressure at all. Persoonlijk hoor ik bij de club die tegen verrassingen is (lees hier waarom), maar die redenen gaan vooral op als iets een verrassing voor mij is. Deze verrassingen vond ik fantastisch (al dacht de bruid daar op de avond voor de bruiloft misschien anders over), en het gaf zo’n goed gevoel dat ze allemaal gelukt zijn. Hoppa, dat kunnen wij!

Het perfecte paar

39074519_392952374573026_8265984914172674048_nAfgelopen zaterdag draaide het uiteraard om het bruidspaar, maar ik vind ook dat Kevin en ik een award voor perfect paar hebben verdiend. Hoe heerlijk was het dat we samen verantwoordelijk waren. Kevin begon de dag bij de bruidegom, ik bij de bruid. We hebben elkaar de hele dag op de hoogte gehouden, onze communicatie was flawless. Wanneer ik ergens moest zijn, kon Kevin op een andere plek zorgen dat alles liep zoals het zou moeten. Het is niet dat ik het niet wist, maar zaterdag was weer een bevestiging dat wij uitstekend kunnen samenwerken. We hebben beiden zo de dingen die we goed kunnen en graag doen. Ik vind het niet erg om de microfoon te moeten pakken, heen en weer te moeten rennen en voor mensen te zorgen. Kevin regelt graag dingen op de achtergrond, heeft meer verstand van techniek en pakt het stokje moeiteloos over als ik het even niet redt. We denken allebei graag vooruit, waardoor we dingen oplossen voor ze een probleem worden. Wat was ik trots zaterdag, op mezelf maar zeker ook op Kevin, zoals hij daar alles stond te regelen in z’n nette pak. Wat een fantastische vent heb ik toch!

Over dat ik mezelf heb overtroffen

Zoals ik hierboven al aangaf, was ik van te voren best gestrest. Ik wist hoeveel er moest gebeuren, tussen hoeveel mensen er afgestemd moest worden en wat er vanaf zou hangen. Ik wilde dat het bruidspaar met volle teugen van hun dag zou kunnen genieten en zich nergens zorgen om zou hoeven maken. Ik was onzeker of ik dat wel zou kunnen. Zou ik overzicht kunnen houden? Aan zoveel dingen tegelijk kunnen denken? Hoe zou ik reageren als er iets mis zou gaan? En zou ik het dan weer op kunnen lossen? Inmiddels heb ik wel een beetje geleerd dat die momenten van twijfel en onzekerheid vaak vooraf gaan aan situaties waarin ik mezelf overtref. Dat juist die onzekerheid een aanwijzing is dat ik iets ga doen waarvan ik nog niet wist dat ik het kon. Dat het een mogelijkheid is om boven mezelf uit te stijgen, iets te creëren of te ontdekken. En wat voelde dat goed zaterdag! Er waren zelfs mensen die vroegen of Kevin en ik waren ingehuurd als ceremoniemeesters. Het meest waardevol vond ik de emotionele bedankjes aan het einde van de avond van de bruid, bruidegom en hun beide ouders. Die kwamen recht uit hun hart! Wat hadden we nog meer kunnen wensen?!

Afgelopen zaterdag heeft op deze manier best een impact op me gehad. Niet alleen heb ik van mezelf gezien waar ik toe in staat ben, maar des te meer besef ik me dat ik me niet moet laten tegenhouden door het gevoel dat ik het niet kan. En niet alleen ik, maar ook jij kunt jezelf overtreffen!

You will never cross the ocean until you have the courage to lose sight of the shore

 

De als-ik-het-doe-dan-doe-ik-het-goed-mentaliteit

Voor zover we mensen kunnen categoriseren, behoor ik echt tot het clubje dat denkt ‘als ik het doe, dan doe ik het goed’. Een nieuwe camera kopen bijvoorbeeld. Ik lees en kijk dan net zo lang reviews tot ik zeker weet welke camera ik wil hebben. Dat vergt een flinke tijdsinvestering, gezien er bergen camera’s op de markt zijn. Toch heb ik het er graag voor over, want ik weet dan dat ik alle belangrijke aspecten in overweging heb genomen en dat ik achteraf niet hoef te twijfelen of ik de juiste keuze heb gemaakt. Ik ben ook iemand die liever iets meer betaald voor ‘goed’, dan te gaan voor de ‘oké’ optie die minder geld kost. Prima toch, zou je denken, want dat levert misschien kwalitatief goede dingen op. Stiekem moet ik toegeven dat deze manier van denken ook flinke nadelen heeft.

28156445_405495336575594_4800636009328934912_nErgens zit er een soort angst onder: ‘als ik maar meer betaal / beter research / zorg dat ik het goed kan, dan voorkom ik teleurstelling’. En teleurstelling is vervelend maar, laten we realistisch blijven, (meestal) niet levensbedreigend. Situaties waarin het helemaal belemmerend werkt, is als het gaat over creativiteit (Elizabeth Gilbert beschrijft dit inspirerend mooi in haar boek Big Magic). Door de als-ik-het-doe-dan-doe-ik-het-goed-mentaliteit durf ik soms niet aan iets te beginnen, omdat ik twijfel of ik het wel kan. Ik heb een schilderij in mijn hoofd, maar ik begin niet met schilderen omdat ik denk dat het er uiteindelijk toch niet zo uit gaat zien als ik graag zou willen. Ik laat een notitieboekje leeg, omdat ik weet dat ik hem toch nooit ga vullen tot de laatste pagina. Ik schrijf het verhaal niet dat ik wil schrijven, omdat ik niet voor me zie hoe ik daar ooit tevreden over zou kunnen zijn. Of ik begin niet met schrijven omdat ik denk dat ik eerst nog zoveel moet leren voor ik überhaupt iets van waarde zou kunnen produceren. Ook ga ik geen muziekinstrument bespelen, want ik denk dan dat ik te oud ben om het écht goed onder de knie te krijgen.

Op het ene moment in mijn leven kan ik het iets meer loslaten dan op andere momenten, maar ik besef dat dat streven naar perfectie mij altijd in enige mate zal belemmeren. Als ik daar niet bewust mee om ga, creëer ik niets. Op de ‘als ik het doe, dan doe ik het goed’ volgt dan al snel de ‘en anders ik doe het niet’. Dat is zonde, want ik geniet zo ontzettend van creativiteit. Ik denk dat dat ook de beste drijfveer is: iets doen omdat je het leuk vindt, omdat je er blij van wordt, in plaats van omdat je streeft naar een bepaald eindresultaat. Er zijn een aantal gedachten die me helpen in plaats van tegenhouden, bijvoorbeeld ‘mijn plezier hangt af van wat ik doe en niet van wat het wordt’, ‘ik leer ook van het creëren van dingen die niet naar mijn zin uitpakken’, en ‘ik mag iets laten mislukken’.

Buiten dat, teleurstelling kan / wil ik ook kunnen handelen. Ik hoor zo veel om mij heen dat mensen (ik eveneens) hun twijfels delen over hun creatieve uitspattingen, waarop anderen (ik ook net zo goed als de situatie omgedraaid is) reageren met bemoedigende woorden, schouderklopjes en complimenten. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het erg belangrijk dat we lief zijn voor elkaar want er gebeurd al genoeg naars in de wereld. Maar hoe erg is het als iets gewoon even niet lukt? Soms moet je misschien even kunnen denken ‘al doe ik het half, al wordt het één grote bende, al creëer ik het tegenovergestelde van wat ik bedacht had, ik doe het lekker toch!’.

Rust, hoe dan?

Rust is zo’n woord wat overal gebruikt wordt, het is iets wat iedereen wil en nastreeft, en eigenlijk nog steeds vaag blijft… voor mij wel, in ieder geval. Wat is rust nou precies? Wanneer heb je het of ben je het? De afgelopen weken betrap ik mezelf erop dat ik het woord rust vaak in de mond neem. Ik hoor mezelf zeggen ‘Ik heb echt even rust nodig’ en ‘Wat ik wil is even helemaal tot rust komen’ en ‘Eerst even rust, en dan…’. Toch vraag ik me af of ik er zelf wel een beeld van heb, van wat ik dan bedoel. Wat is rust voor mij?

rust zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak: [rʏst]

  • een toestand van ontspanning
  • een toestand zonder activiteit
  • stilte

Bron

35172062_1700466273394156_1314067011105456128_nVoor mij is het tegenovergestelde van rust: druk, stress en spanning. Daar kunnen mensen over het algemeen niet zo heel goed tegen. Ik weet van mezelf dat ik een beetje spanning nodig heb om te presteren, maar zonder rust-momenten tussendoor gaat ook dat niet goed. Nu heb ik aantal weken zomervakantie. De ultieme periode om tot rust te komen. Maar hoe dan?

Ik weet dat de natuur een hele grote bron van ontspanning is. Ik ben vaak buiten voor mijn werk en ik geniet van het rijden met de auto langs mooie polderweggetjes. Toch is dat dan niet direct hetzelfde als rust. In mijn hoofd ben ik alweer bezig met wat ik zometeen moet doen. Rust vind ik ook in sporten en in yoga. Ook daarvoor geldt dan wel hetzelfde, als ik druk ben in mijn hoofd met van alles en nog wat, ben ik niet ineens rustig door het sporten. En ik heb van mezelf best een druk hoofd. Ik denk veel en vaak, over belangrijke en onbelangrijke dingen. Ik kan net zo goed denken over grote levensvragen als over of je een banaan beter vanaf het steeltje of het kroontje kunt pellen (ja nu vraag jij je het vast ook af, kijk hier). Als ik rust wil, wil ik vooral rust in mijn hoofd.

Wanneer ervaar ik dan die rust in mijn hoofd? Ik zit hier bij Starbuck aan deze blog te werken, en ben gewoon even gestopt met typen om over dit antwoord na te denken. Ik denk (ja, ik ben nog steeds hard aan het denken) dat er twee belangrijke aspecten zijn aan rust in mijn hoofd:

  • toestaan / mogen: Ik ben streng voor mezelf. Ik heb vaak een duidelijk beeld van wat zou moeten en hoe het hoort. Als ik rust in mijn hoofd wil, kan ik beter ‘mogen’. Ik mag het één, maar mag ook besluiten dat het ander beter is. Ik mag luisteren naar mijn gevoel en een middagdutje gaan doen, ook al had ik in mijn hoofd om iets anders te gaan doen. Ik mag tegen vrienden zeggen dat ik het niet red, onze afspraak. Ik mag met een boek en een flesje drinken in het park gaan zitten, ook al zou ik gebruiken ‘moeten maken’ van onze eigen tuin. Ik mag een boek kopen, ook al heb ik er nog 20 ongelezen liggen. Ik mag ook met blote voeten buiten lopen, vies worden, hard schreeuwen of meezingen, een kort rokje dragen, ergens aan beginnen en het niet afmaken, of juist nergens aan beginnen. Dat geeft mij het gevoel van vrijheid en rust en brengt me dichter bij mezelf.
  • een ding tegelijk: Als ik druk ben, match ik mijn omgeving graag aan drukte in mijn hoofd. Ik luister tegelijk een luisterboek terwijl ik kook of auto rij. Wanneer ik een boek aan het lezen ben op de bank, zet ik vaak nog even de tv aan op de achtergrond, zodat het niet helemaal stil is. En zodra ik dan vijf minuten aan het lezen ben, pak ik weer mijn telefoon om Instagram te checken. Om moe van te worden. Logisch dat ik me niet rustig voel. In het begin is het erg lastig om niet wéér voor die verleidingen te vallen. Ik moet dan misschien even bewust mijn telefoon wegleggen, besluiten dat ik eerst de was doe en dan op de bank lekker mijn luisterboek ga luisteren. Dat ik ga wandelen zonder mijn camera mee te nemen. Ik moet weer een beetje trainen om met één ding tegelijk bezig te zijn. Als dat eenmaal lukt, voel ik me ook een stuk rustiger.

Zodra ik dan weer een beetje meer rust in mijn hoofd heb, kan ik ook beter werken naar rust in mijn lijf. Lekker een stuk wandelen, yoga in het park, een buitenrit te paard of ademhalingsoefeningen thuis op de bank. Ik heb de neiging dit stuk te besluiten met wat ik ga doen om die rust echt te realiseren, maar beter niet… Ik ga mezelf toestaan om die rust op te zoeken en probeer op een ding tegelijk te focussen. Dan gaan we wel zien hoe ver ik kom. Ook hierin: geen moeten maar mogen!

31033889_230480170837818_1602765976779096064_n

 

Opzoek naar echtheid

Hoe vaak zien we dingen zoals ze écht zijn? Ik denk, misschien wel nooit.

In mijn werk als coach met paard ben ik regelmatig ‘observator’ tijdens interacties tussen paard en kind. Bij kinderen die paarden niet kennen, zie ik de nieuwsgierigheid, verwarring en het ongemak van een nieuwe ontmoeting. Ze hebben nog nooit een paard van dichtbij gezien, dus moeten ze wijs worden uit alle dingen die zo’n paard wel en niet doet. Ik zie het ontdekkingsproces van heel dichtbij. Sommige kijken heel nauwkeurig, alsof ze de betekenis van een beweging van de oren kunnen ontdekken door goed te kijken. Anderen zien vooral heel veel en hebben geen idee meer waar ze op moeten letten. Die zetten vaak een stapje achteruit. Wellicht om een beter beeld te krijgen van het grotere geheel. Sommigen proberen, voorzichtig en met hun hoofd schuin alsof ze een wild dier benaderen, in te schatten wat ze wel en niet kunnen doen. Die doen gewoon en kijken wat de reactie van het paard zal zijn. Allemaal zijn ze heel hard aan het werk zich een beeld te vormen van het wonder dat voor hun staat, want ik kan me voorstellen dat een paard dat is, als je nog nooit zo dichtbij bent geweest.

Wat zie jij, als je naar deze foto kijkt?

17661966_421983281501751_2231717139314638848_n

Als dat moment voorbij is, het moment van die eerste verwondering, dan komen de vragen. ‘Hij is wel lief, toch?’, ‘Waarom doet hij dat…?’ en ‘Gaat hij zo niet rennen?’. Razendsnel vormen er zich allerlei overtuigingen in hun koppies. Ze zijn niet langer onbevangen, maar hebben een mening. Ze beginnen zich een beeld te vormen over paarden in het algemeen en over dit paard in het bijzonder. ‘Ik vind paarden mooi’, ‘Paarden schrikken wel heel snel’ of ‘Paarden zijn heel groot en zwaar, ze zijn gevaarlijk’. Mijn rol is niet langer slechts observeren, want ook mijn reactie (of het uitblijven daarvan) draagt bij aan de overtuigingen die zij vormen.

de overtuiging zelfst.naamw. (v.) Uitspraak: [ovərˈtœyxɪŋ]

  • een sterke mening of geloof
  • iets wat je zeker weet
  • zienswijze

Bron

Dat onze hersenen zo snel overtuigingen vormen, is zowel een vloek als een zegen. Ze maken dat we de wereld om ons heen kunnen snappen. Dat we begrijpen dat als we onze vingers in de mond van een paard stoppen, dat hij kan bijten en dat dat flink pijn doet. Het is prettig dat je daar niet steeds opnieuw achter hoeft te komen. Anderzijds maken overtuigingen ons rigide, zorgen voor tunnelvisie en zwart-wit denken. ‘Hoe hard ik ook mijn best doe, het lukt toch nooit’. Deze door onszelf bedachte ‘regels’ kunnen ons enorm beperken. We doen dingen niet, omdat we overtuigd zijn dat ze niet goed voor ons zijn, we ze niet kunnen of niet durven. Hoe vaak hebben we dan echt gelijk? Hoe vaak zijn we moedig genoeg om onze eigen overtuigingen te onderzoeken?

Ik denk dat we soms de wereld, en onszelf, even moeten benaderen als die kinderen die voor het eerst oog in oog staan met een paard. Kijken, zonder te interpreteren. Proberen zonder te weten. Durven zonder de angst te mislukken. Dan zou het zomaar kunnen dat je iets ontdekt. Dat je verwondert bent over wat je ziet, voelt, denkt of doet. Dat je misschien, heel misschien, merkt dat je toch niet helemaal gelijkt hebt. En dat je dan, als is het maar heel even, de wereld ziet zoals ze écht is.

Reizen is durven

Verre landen ontdekken, bijzondere plekken met je eigen ogen zien en onbekende mensen ontmoeten, dé redenen om te reizen. Ik word nu ontzettend enthousiast wanneer ik een reisje in het vooruitzicht heb, maar dat is niet altijd zo geweest. Zelfs mijn huidige vrienden verbazen zich erover, maar vroeger (en wellicht nog steeds een beetje) was ik bang voor reizen.

Als ik terugdenk zijn het flarden van herinneringen, die misschien niet eens meer kloppen met de werkelijkheid, maar mijn angst kan ik zonder moeite oproepen. Ik weet nog dat we met onze oude auto, een zilverkleurige ford, vaak pech hadden. Dan was de koelvloeistof weer op, werd de motor veel te warm en was ik bang dat die in de brand zou vliegen. Hoe vriendelijk we ook tegen de auto praatte, sommige bergen waren gewoon te hoog gegrepen. Wanneer we dan naar boven reden herinner ik mezelf nog angstvallig over mijn moeders schouder te gluren naar de temperatuurmeter. Zouden we het halen of niet?
Ik kan me nog herinneren dat we na een hele lange reis in een warme auto, airco was toen arko (je weet wel, alle ramen konden open), aankwamen op een camping in het zuiden van Frankrijk. Ik weet niet meer of het wagenziekte was, of stress, maar ik weet nog dat ik de eerste paar dagen op die camping zo ziek geweest ben dat ik er bijna niets meer van kan herinneren.
IIMG_0194_ae8k weet nog dat ik bang was in onbekende zwembaden, omdat er altijd iemand was die zich openhaalde of bezeerde. Ik weet nog dat ik bang was dat we de weg zouden kwijtraken, dat we een ongeluk zouden krijgen of dat ik gestoken zou worden door een wesp of steekvlieg. Ik weet nog dat ik me zorgen maakte of de regen onze vouwwagen niet zou inkomen, of dat ik wel vriendjes kon vinden en of het wel mooi weer zou zijn.

Nu ik dit schrijf is de angst echt. Ik voel het en krijg alweer tranen in mijn ogen. Hoewel ik nu, als volwassene, dit volledig kan relativeren moet dat vroeger een grote impact op me gemaakt hebben. Gelukkig heb ik ook een hele hoop fijne herinneringen aan alle vakantie’s die ik met mijn familie heb gemaakt, die ik met gemak kan oproepen. Misschien dat die angst niet altijd de boventoon voerde, maar hij was denk ik ook nooit helemaal weg. Tijdens de vakanties in mijn tienerjaren was ik misschien ook wel bang om dingen, maar veel minder dan daarvoor. We gingen toen vaak naar kleine campings in Nederland waar ze paarden hadden en we altijd een hoop vrienden maakten. Ik vond het daar heerlijk.

Het moment waarop ik me die omslag besefte, kan ik me nog heel goed herinneren. Ik was met een (inmiddels ex-)vriendje en zijn familie naar Italië. We waren met de eigen auto. Op een namiddag reden we waarschijnlijk vanuit een plaatsje dat we bezocht hadden terug naar ons huisje in de heuvels. Ineens hield de auto ermee op langs een vrij drukke weg. Zijn ouders zette de auto stil langs de kant en besloten vast te wachten op hulp. Ik heb geen idee meer wat de auto mankeerde, maar ik kan me nog herinneren als de dag van gisteren hoe in paniek mijn toenmalige vriendje was. Echt in paniek. Ik was verbaasd, maar al helemaal om mijn eigen reactie. Ik voelde geen greintje paniek. Niets. Geen angst. Ik moet vast tegen hem gezegd hebben dat wij allemaal oké waren en dat er echt wel iemand naar die auto zou komen kijken, dat we desnoods in de auto konden slapen als het echt nodig zou zijn. Ik weet niet zo goed waarom ik toen zo rustig was. Misschien omdat het ‘mijn’ auto niet was, of omdat een ander zo in paniek was en mijn automatische reactie was om rustig te blijven, misschien omdat ik dacht ‘been there, done that‘. Het deed me gewoon niet zoveel. Hoe heerlijk was dat. Later ben ik met hem en zijn familie nog eens naar Amerika gevlogen. Ik vond het er heerlijk. Ik besefte toen dat als je hulp nodig hebt, ook al ben je ergens waar je niemand kent, je altijd om hulp kunt vragen. Al er iets mis gaat, zijn er oplossingen voor.

IMG_0879

Nu zou ik het liefst elke paar maanden op vakantie gaan. Toch, ook nu, moet ik eerlijk zijn en zeggen dat er nog steeds dingen zijn die ik spannend vindt. Ik vind het eng om op het knopje ‘maak uw reservering definitief’ te klikken, omdat ik me dan afvraag waar we terecht komen. Of het er wel zo uitziet als op de foto’s. Ik vind het stijgen en landen met het vliegtuig best een beetje spannend en knijp dan altijd even in Kevins hand. Ik hoop altijd maar dat ik niets belangrijkst vergeet thuis. Ik vind het off-road rijden in the middle of nowhere eng, omdat ik me voor kan stellen dat we heel lang op hulp zouden moeten wachten wanneer we geen bereik hebben met onze telefoons. Ik vind grote hoogten spannend, bijvoorbeeld wanneer we met de auto langs diepe afgronden rijden of als we wandelen langs kliffen. Ook vind ik het eng om onze katten achter te laten, omdat ik bang ben dat er iets mis gaat en wij er dan niet voor ze zijn. Toch voelen deze angsten anders. Ze geven ook een soort kick, ze maken met enthousiast. Ze geven me het gevoel dat ik leef. Alsof ik die sprong in het diepe maak.

Voor veel dingen waar ik vroeger bang voor was, biedt de huidige technologie goede oplossingen. Met mijn telefoon zoek ik gemakkelijk de weg, bel ik om hulp of ontvang ik een fotootje van thuis van de katten. Daardoor kan ik een hoop loslaten. Ook heb ik het geluk dat ik een man naast me heb die nuchter is, zich nergens door af laat schrikken en om me lacht als ik bang ben. Niet omdat hij het niet serieus neemt, maar omdat hij weet dat ik me er niet door tegen wil laten houden. Weglachen helpt het best. Hij pakt mijn hand en neemt me mee, zodat hij kan laten zien hoe mooi de wereld is als je niet bang bent.

Ik ben vrij

Ik realiseer me zomaar ineens dat ik vrij ben. Helemaal vrij. Dat ik een keuze heb. Ik heb de keuze om naar Nieuw-Zeeland op vakantie te gaan, of om een nieuwe jurk te kopen. Om lipstick te dragen of niet. Om mijn mond open te doen of hem dicht te houden. Om hulp te zoeken of het alleen op te lossen. Om iets te zien als springen of als vallen. Ik heb altijd een keuze. Als iemand mij probeert te verdrinken, kan ik kiezen om terug te vechten of te stoppen met ademen. Elke verplichting die ik ooit ben aangegaan, is een keuze geweest, maar is geen restrictie voor de toekomst. Ik kan elke dag weer kiezen. Elke dag, elk moment is een keuze. En in die keuze zit mijn vrijheid. Ik ben vrij. En niemand, helemaal niemand, kan me die vrijheid afnemen.

12716970_1653088564952293_1384587806_n

Als ik droom over jou

Soms droom ik over iemand,
soms droom ik over jou.
Dat wil ik je dan graag zeggen
omdat het nodig is misschien.
Tegelijk vraag ik me af waarom,
want als ik droom zit je in mijn hoofd
en niet in dat van jou.

Soms droom ik over iemand
die ik al jaren niet heb gezien.
Soms droom ik over jou
omdat ik je gisteren nog zag.
Als ik dan droom vraag ik me af
of ik je droom zoals je bent
of jij bent zoals ik droom.

Soms droom ik over iemand,
soms droom ik over jou.
Dan ontdek ik dingen over mij,
over jou, of over ons.
Als ik na zo’n droom weer wakker word
wil ik je graag vertellen
hoe het was en wat ik zag.

Soms droom ik over iemand
die onzeker is of bang.
Soms droom ik over jou
dat je merkt hoe de wereld in elkaar zit.
Aan je ogen zie ik dan,
dat je snapt wat ik bedoel
en de wereld ziet zoals ze is.

Soms droom ik over iemand,
soms droom ik over jou.
En als ik dan droom en merk
dat alles is zoals het moet zijn,
word ik wakker en besef
dat het slechts een droom is
in mijn hoofd en niet in dat van jou.

1038909488f0b829b4b2141321c66750

Bron foto.

I did it! Ik heb mijn motorrijbewijs.

In juli schreef ik over mijn motorrijleshobbels. Inmiddels kan ik vol trots melden dat ik mijn motorrijbewijs gehaald heb.

Ik vond het leerproces erg bijzonder. Mijn vorige artikel schreef ik denk ik vlak na mijn ‘dieptepunt’. We moeten er niet teveel gewicht aan hangen, want het is tenslotte maar een motorrijbewijs. Maar toch. Ik twijfelde op dat moment regelmatig aan mezelf, al wist ik het vaak wel weer te relativeren. Ik stapte gespannen op de motor, omdat ik al aan het incasseren was wat er nu weer mis zou gaan. Zou ik hem laten vallen, zou ik onderuit gaan, een botsing veroorzaken of uit de bocht vliegen? Ik was vooral bang om mezelf teleur te stellen. Dat ik zou moeten besluiten dat ik het niet kan.

Dat soort dingen vroeg ik dan ook aan mijn instructeur: “Heb je wel eens meegemaakt dat iemand er echt niets van kon? En wat deed je toen?” Toen volgde er een mooi verhaal van een man die zijn twintig jaar jongere buitenlandse vrouw aan het motorrijden wilde krijgen. Na de eerste les was het voor hem al overduidelijk dat het niets ging worden. Bij sommige mensen zie je dat ze het inderdaad nooit leren, zei hij, wat hij dus ook maar tegen het stel had gezegd. De man was niet blij. De vrouw daarentegen, leek best opgelucht. Vervolgens vroeg ik of hij dat ook bij mij gedacht had, waarop hij alleen moest lachen. Ik lachte ook maar een beetje, en hoopte dat hij geen ongelijk zou krijgen.

Grappig hoe snel er na dat dieptepunt een stijgende lijn zichtbaar was. In de zomer heb ik een paar weekjes niet gereden. De vraag was toen natuurlijk of ik daar wel goed aan deed. Zou ik dan niet helemaal opnieuw moeten beginnen? Niets was minder waar. Het leek er eerder op alsof alle handelingen die eerst nog heel bewust gingen en moeite kostte, nu een stuk meer vanzelf gingen. Ik was zelf verbaasd over het feit dat ik zo relaxed op de motor zat. Er zat ineens een stuk rust in mijn rijden, wat ik voor die tijd nooit had gehad.

Steeds vaker tijdens mijn lessen voelde ik helemaal op mijn gemak. Ik begon beter te begrijpen wat er zo mooi is aan motorrijden. Mijn allerlaatste les was met gemak mijn hoogtepunt. Meestal heb je les met een andere cursist, maar die les was ik alleen met mijn instructeur. We moesten eerst een motor ophalen in Nieuwegein, die ik daarna weer terug naar ‘huis’ mocht rijden. Op de terugweg stuurde hij me over de rivierdijk bij Vianen, die bijna uitgestorven was. De zon scheen, het was niet te koud en helemaal helder. Voor ons kronkelde de dijk richting de horizon. Het eerste stukje reed hij voorop, misschien om dat hij het leuk vond, misschien om te kijken of ik hem goed kon bijhouden. Met gemak. Toen vroeg hij me hem voorbij te gaan. Het kwam helemaal op mij aan, de snelheid, het bochtenwerk, het anticiperen op het wegdek en de omgeving. Zonder gekheid, ik had bijna het gevoel dat ik vloog. De motor deed zo precies wat ik in mijn hoofd had, alsof mijn lijf er niets meer mee te maken had. Ik voelde me zo verbonden met alles, en tegelijkertijd helemaal mezelf. Eenmaal terug, slaakte ik een diepe zucht terwijl ik mijn helm af zette. Ik weet nog dat mijn instructeur mij aankeek, vragend. “Dit is het dus” zei ik, terwijl ik glimlachte. Hij knikte en ik zag dat hij het helemaal begreep.

22277839_1869292723386922_1018883980549685248_nDe laatste hindernis was het afrijden zelf. Het stormde die dag. De regen kwam met bakken uit de hemel, waardoor je zicht als motorrijder een stuk afneemt en sommige delen van het wegdek verraderlijk glad kunnen worden. Tijdens het gesprekje vooraf aan het afrijden zelf, gaf de examinator aan dat de kans bestond dat we halverwege zouden moeten stoppen, als het weer te slecht zou worden. Hoewel het weer zeker een extra moeilijkheid was, hoopte ik toch echt niet dat ik het nogmaals zou moeten doen. Gelukkig mocht ik mijn hele examen uitrijden. In iets meer dan een half uurtje heb ik laten zien wat ik kon. Er gingen best dingen mis: ik stond stil voor een stoplicht dat op groen stond en reed over een putdeksel, wat met de motor levensgevaarlijk kan zijn. Toen ik van mijn motor afstapte, twijfelde ik zelf best wel. Misschien was het niet goed genoeg geweest. Pas toen de examinator mij de hand schudde, en me feliciteerde, besefte ik dat het erop zat. Ik had mijn motorrijbewijs!

Het leven is soms net een honkbalwedstrijd

Probeer het je eens voor te stellen…

Je handen klemmen stevig om de honkbalknuppel in je hand. Waarschijnlijk zijn je knokkels wit geworden door de kracht die je zet. Maar je ziet het niet. Je ogen hebben zich vernauwd tot spleetjes waardoor je slechts de rode stiksels op de witte bal kunt waarnemen, die de werper in zijn handen heen en weer beweegt. Als je om je heen zou kijken, zou je zien dat de tribunes vol toeschouwers zitten met hier en daar een spandoek, dat de achtervanger achter je staat met zo’n belachelijk grote handschoen aan en dat enkele teammaten klaar zijn om te vluchten van de honk die ze minuten geleden met moeite hebben bereikt. Misschien ruik je vaag de geur van gras, dat groen ruikt en bruin. De geur die het krijgt als het vertrapt wordt, zoals alle slagmannen voor je al hebben gedaan. Wellicht zou je je beseffen dat het geen toeval kan zijn dat de zon precies nu gaat schijnen, maar in je hoofd is het nog steeds bewolkt.

Je ziet alleen de bal. De bal die jou de overwinning of de ondergang kan bezorgen. Die bal waar alles van af hangt. Je let niet op de werper wanneer hij zijn houding verandert, klaar om te gooien, je volgt alleen de bal. Je weet voor hij loskomt uit de handen die hem zijn kracht geven, al op welke plek jij hem wilt raken. Je weet misschien dat er tumult losbarst in het veld, wanneer je die bal met volle vaart door de lucht laat vliegen, maar je ziet het niet. Iedereen rent, jij ook. De omgeving vliegt aan je voorbij, terwijl je benen en voeten je dragen, naar honk 1, 2 en 3 misschien. Pas wanneer je je honk bereikt hebt, zonder uitgetikt te worden, besef je dat je dit spel niet in je eentje speelt. Pas dan kun je zien of je de juiste keuzes hebt gemaakt en ontdek je waar je punten hebt gemaakt of laten liggen. Pas dan besef je dat de wedstrijd door ging, ook al zag jij alleen de bal.   

~

IMG_4398Dat is dus zo’n beetje, hoe het leven soms voelt voor mij. Dat er zoveel om me heen gebeurt, dat ik slechts kan focussen op de belangrijkste dingen van NU. Om een mooie post te schrijven is het nodig om te kunnen reflecteren, terug te kijken, bewust te worden en de humor ergens van in te zien. Op sommige momenten ben ik te veel bezig met het leven zelf, om er ook nog iets van te vinden. Dat is niet perse verkeerd of vervelend, maar wel hoe het is. Het is niet zo dat ik dan niets heb om over te schrijven, juist te veel misschien. Dus tot nu. Nu sta ik weer even stil op een honk en kan ik zien wat ik allemaal heb meegemaakt in de afgelopen weken. Genoeg stof om wat moois over te schrijven!

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.

Ik kan me nog tijden herinneren dat ik bang was voor nieuwe dingen en ze liever vermeed. Dat is nog niet eens zo heel lang geleden. Als een echte boer at ik niet wat ik niet kende en ik was heel vaak nerveus als ik iets moest doen wat ik nog nooit gedaan had. Het toppunt was altijd de vakantie. Wanneer ik vroeger met mijn ouders op vakantie ging was ik altijd een paar dagen ziek. Misschien gedeeltelijk doordat ik wagenziek was, maar vooral ook door de spanning. Ik maakte me druk of het onderweg wel goed zou gaan, ik maakte me druk of we het wel zouden kunnen vinden en of de eindbestemming wel was zoals ik die in mijn hoofd had. En dat terwijl ik er niet eens verantwoordelijk voor was. Doomscenario’s vochten om een plekje voor mijn netvlies, ik had er genoeg.

16789476_223011004829119_1370956545885470720_nInmiddels denk ik er anders over; nieuwe dingen zijn verschrikkelijk leuk. Ik denk niet dat die omslag plotseling kwam of dat er een moment is aan te wijzen waarop dat veranderde, het is een proces van een aantal jaar geweest. Nu ik terug kijk op de afgelopen anderhalf / twee jaar, heb ik een hoop dingen gedaan die ik nog nooit eerder gedaan heb. Soms waren die nog steeds ontzettend spannend, maar ik deed ze wel.

Over een aantal van deze dingen schreef ik eerder al een post, bijvoorbeeld over de zangles die ik nam, de strandrit te paard, het zwemmen met een schildpad, en het afronden van mijn Post-HBO opleiding coachen met paarden. Ook over mijn eerste NaNoWriMo overwinning, onze verloving en over de eerste keer in mijn leven dat mijn kledingkast er netjes uitziet. Laatst schreef ik nog over mijn motorrijles perikelen en over de eerste keer dat ik het aandurfde in een boek te schrijven.

20582534_868859496610539_3989793935290531840_nDaarnaast ben ik voor het eerst (en hopelijk ook het laatst) getrouwd met de liefde van mijn leven, heb ik een les Burlesque dansen gevolgd met mijn vriendinnen tijdens mijn vrijgezellenfeestje, heb ik mijn eerste paardrijwedstrijd overleefd, heb ik een introductiecursus tot de filosofie gevolgd, ben ik mee gegaan met een vriendin naar een les Aiki Budo, ben ik voor het eerst gaan airsoften, heb ik met een echt vuurwapen mogen schieten op de schietvereniging, heb ik een workshop coaching aan volwassenen gegeven en ik heb een aantal visagie opdrachten gedaan voor fotograven en modellen die ik (nog) niet goed kende. Dat zijn een hele hoop eerste keren.

Ik ben ontzettend trots op mezelf, als ik dit lijstje zo zie. Het is waarschijnlijk nog niet eens alles. Hoewel nieuwe dingen vroeger een bron van stress waren, besef ik nu dat die dingen het leven juist zo leuk maken. Ze zorgen voor herinneringen die ik de rest van mijn leven bij me draag. Voor verhalen die ik kan vertellen op verjaardagen, voor momenten die ik met dierbaren heb gedeeld en ontdekkingen over mezelf die ik nooit meer kwijtraak.

14063596_169520353484990_1249854385_nMeer dan eens heb ik ontdekt dat ik meer kan dan ik vooraf had gedacht. De angst en terughoudendheid maken steeds vaker plaats voor enthousiasme en nieuwsgierigheid, waar ik me veel fijner bij voel. Die nieuwe dingen, die smaken naar meer! Gelukkig is er nog zoveel dat ik nog nooit heb gedaan, voorlopig ben ik nog niet uit ontdekt!

De titel is een quote van Pippi Langkous / Astrid Lindgren.

Foto 1 is genomen door Eline Kentie