In 2016 heb ik twee maal meegedaan aan NaNoWriMo waarover ik meermaals een blog geschreven heb (bijvoorbeeld deze en deze). Beide keren heb ik de vereiste 50.000 woorden in een maand geschreven. Who! Ik ben nog steeds trots, want het voelde als een enorme overwinning. Ik ben me ook gaan beseffen dat ik van het schrijven van heel veel woorden niet perse een betere schrijver wordt. Ik miste de feedback. Ik zou iemand kunnen vragen ‘even’ mijn 50.000 woorden te lezen om feedback te geven, maar dat vind ik wat ver gaan. Op aanraden van mensen om me heen ga ik eerste eens werken aan een aantal korte verhalen. Hieronder mijn eerste korte verhaal, die ik al wat heb aangepast na de feedback die ik heb ontvangen. Nu ben ik er klaar voor om hem met jullie te delen… feedback is welkom dus!

Short Story: Een Bitterzoet Einde

Ze tuit haar lippen die chique rode lipstick bevatten en strijkt onder de tafel haar rok recht. Ze wil er onberispelijk uitzien. Haar blonde haar glimt in het licht van de zon dat tussen de luxaflex door de vergaderkamer binnen dringt.
“We gaan nog even langs de cijfers. Dan koffie.” zegt Don. Domme Donnie, in haar hoofd. Er wordt instemmend gehumd waarna iedereen weer doet alsof Don alle aandacht verdient. Zij weet wel beter. Zij weet dat niemand er moeite mee heeft wanneer Domme Donnie verleden tijd zou zijn. En iedereen heeft een motief, behalve zij.
“Alle cijfers waren weer piekfijn in orde.” Hij knipoogt naar haar, terwijl iedereen bezig is zijn spullen te verzamelen. Natuurlijk heeft ze de cijfers piekfijn in orde gemaakt, zoals altijd. Ze heeft zelfs wat analyses voor de komende maanden uitgedraaid, ook al had hij daar niet om gevraagd. Ze glimlacht alsof ze het compliment in ontvangst neemt, maar walgt van binnen. Na vandaag, stelt ze zichzelf gerust, stopt ze eindelijk met die perfecte poppenkast. Perfectie, wist ze inmiddels, leidt nergens toe.

Achteraf kan ze zich niet eens meer het precieze moment herinneren waarop ze besefte dat het zo niet langer kon. De perfectie komt haar strot uit. Niet-perfect zijn is een vreselijk angstige weg, maar het moet maar, want zo wordt ze toch niet gelukkig. Ze wil het met een knaller afsluiten. Een tijd lang piekerde ze over wat de ultieme daad van perfectie zou zijn, als kadotje aan haarzelf. Een boek van Donna Tartt gaf haar het idee, “Beauty is terror. Whatever we call beautifull, we quiver for it”. De perfecte moord, dat is haar laatste doel. Daarna, had ze besloten, was ze er klaar mee.

Ze had het gepland. Ze wist waar ze moest staan, wat ze moest zeggen en doen. Het klontje zou uit de doos komen, ten minste, dat is wat iedereen denkt. Dat zij daar toevallig staat, daar kan zij niets aan doen. De waterkoker staat naast de doos met suikerklontjes, die eigenlijk vrij onhandig in de hoek is opgesteld. Ze klikt de waterkoker aan en leunt nonchalant tegen het aanrecht. Het suikerklontje zit al in haar hand, niemand die het opmerkt. Don neemt suiker, drie klontjes. Hij is dik, érg dik. Ze registreert zijn bewegingen zoals ze de laatste tijd steeds gedaan heeft. Hij is een open boek voor haar. Drie, twee, één. Hij kijkt naar de hoek, registreert haar, kijkt haar aan. ‘Suiker?’ vraagt ze hem. Hij knikt, steekt zijn kopje met een gestrekte arm toe en beantwoordt ondertussen een vraag van Frans.
Ze pakt twee klontjes uit de doos, voegt die bij degene die ze al in haar hand heeft en laat ze één voor één in het klopje vallen. Dat Donnie een zoetekauw is komt hem duur te staan. Het was een stuk ingewikkelder geweest als hij geen suiker in zijn koffie dronk. Als haar berekeningen kloppen, moet het gif dat ongemerkt tussen de suikerkorrels verstopt zit, Don fataal worden. Ze knijpt haar handen samen van opwinding.

15624199_356262074746432_7711367725586579456_nKou kruipt over haar rug wanneer het notitieblok van Don het kopje raakt en ze onderdrukt uit alle macht de neiging om te gillen. Voor een seconde lang is ze overtuigd dat het helemaal fout zal gaan. Ze beseft zich dat haar perfectie in dit geval niet alleen afhankelijk is van haar eigen handelen. Ze ziet de koffie in het kopje al in een golf over tafel stromen, bruine spetters die een rorschachfiguur vormen op zijn smetteloze witte overhemd, haar perfectie die met de opgeloste suiker van tafel naar beneden drupt. Als ze met haar ogen knippert ziet ze het kopje slechts subtiel heen en weer wiebelen, waarna het weer even stil staat als een seconde geleden. Er ontsnapt haar een zucht.

De twintig minuten die volgen zijn zenuwslopend. Ze weet, ze heeft erop gerekend, dat Don zijn koffie in één teug leegdrinkt wanneer deze al bijna koud is. Een gewoonte die ze niet snapt, maar haar eveneens goed uitkomt. Alles in één keer maakt dat er geen weg terug is.
En dan, alsof ze niet langer zichzelf is, maar boven zichzelf uit toornt, ziet ze haar eigen hand naar het kopje schieten. Ze voelt niets, ze denkt niets. Het enige wat ze kan doen is kijken, observeren, waarnemen. Ze voelt dat Don’s fronsende blik op haar gericht is, ze voelt het koude porselein tegen haar lippen, ze proeft de lauwwarme koffie wanneer ze de inhoud in een keer achterover gooit. Slechts één gedachte komt er in haar op, ‘je moet stoppen op je hoogtepunt’.